Oppositie mislukt: Engels woord SNACK te beschrijvend
Een Spaans bedrijf probeerde zich onlangs in een oppositie te verzetten tegen de aanvraag van het Europese woordmerk it’s snacking good.
Dat deed zij op basis van haar oudere SNACK’IN-merken voor snacks en aanverwante voedingswaren. Op papier lijkt dat begrijpelijk: dezelfde productcategorie, dezelfde snackhoek en in beide tekens zit iets van snack. Toch werd de oppositie niet gehonoreerd: het overeenstemmende deel van de betreffende merken had namelijk maar weinig onderscheidend vermogen.
De kern van de afwijzing zat in het beschrijvende karakter van de gebruikte woorden. Het Europese merkenbureau (EUIPO) stelde vast dat snack voor het relevante publiek direct verwijst naar een lichte maaltijd of tussendoortje en dus beschrijvend is voor de betrokken waren en diensten. Ook in snacking herkent een deel van het publiek datzelfde beschrijvende element zonder veel moeite terug.
Omdat het woord SNACK beschrijvend is, weegt het maar beperkt mee bij de vergelijking van de merken. Nu de overige elementen bovendien van elkaar verschillen, vond het Europese merkenbureau dat er onvoldoende overeenstemming tussen de merken bestond. En dus werd de oppositie afgewezen.
Op zich geen gekke beslissing natuurlijk. Maar wel een die wat strenger is dan het tot nu gangbare beleid van het EUIPO ten aanzien van beschrijvende merken. Een woord is pas beschrijvend als dat geldt voor consumenten in de hele Europese Unie. Bij een Engels woord betekent dit dus ook dat consumenten met weinig kennis van het Engels de beschrijvende betekenis moeten begrijpen. Vaak wees het Europese merkenbureau in dit soort gevallen naar de Spaanse, Bulgaarse of Roemeense consument die maar weinig kennis heeft van het Engels. Voor hen was een gangbaar Engels woord wel onderscheidend. Er was dus heel wat nodig om een woord als beschrijvend te beoordelen en enkel een kleine groep van hele banale woorden kwam hiervoor in aanmerking.
Maar omdat het Europese merkenbureau dan weer worstelde met de vraag wat dan een generiek en banaal Engels woord is, kijkt het Europese merkenbureau tegenwoordig ook naar de A1 en A2 lijst van Engelse woorden (deze indeling probeert een rangorde te geven aan taalniveaus). Als een woord een A1 of A2 woord is, dan heb je grote kans dat een oppositie op basis van (enkel) gelijkenis met dit woord wordt afgewezen. Ter vergelijking: het woord snack is een A2 -woord. Er komt dus wat meer objectiviteit in de beoordeling en de groep van generieke woorden is groter geworden.
Het EUIPO zit nu te wachten of deze toepassing en uitleg zal worden gevolgd door het Hof van Justitie. Hoewel arbitrair (waarom niet ook B1 en B2-woorden bijvoorbeeld), is de voorspelbaarheid voor merkhouders natuurlijk wel fijn. Saillant detail is dat het Hof van Justitie afgelopen februari (net voor de snack-oppositie) nog in een hoger beroep had geoordeeld dat het Engels woord ‘defend’ wel onderscheidend is (defend is ook een A2 woord).
Auteur: Arnaud Bos
Bio: Arnaud is merkenadviseur en binnen Knijff verantwoordelijk voor de marketing & communicatie. Arnaud is specialist in de metaverse en de muzieksector en zijn klantenportfolio omvat veel opkomende en gerenommeerde bands. Hij houdt de laatste jurisprudentie in de EU nauwlettend in de gaten en laat je direct weten als hij opmerkelijke merkaanvragen ziet.